Tsja, ‘wat als’ klinkt toch altijd als het onbekende, het onbereikbare. Als iets wat je heel graag wilt, maar toch nooit zult bereiken. Maar serieus, wat als de Vuelta dit jaar zonder bonificatiesconden was verreden.
Bonificatieseconden creëren toch vaak een strijd binnen een strijd. Het zijn erg veel gratis seconden die de winnaar mee kan pakken op de eindstreep (20, 12 en 8 seconden). Ga het maar eens na, de laatste jaren is het verschil tussen de echte klassementsmannen superklein en zijn de verschillen bergop niet erg groot. Twintig seconden is een gapend gat en als deze ‘gratis’ op te rapen zijn kan dat erg beslissend zijn voor het eindklassement. Je kan winnen, terwijl iemand anders harder fiets, klinkt mooi. Toch?
Nee, bonificatieseconden zijn niet eerlijk in een tijd als deze, waarin de wielrennerij uitblinkt in kleine onderlinge verschillen. Dan Froome, waar komt die ineens vandaan? Hij komt als het ware als een pukkel (want die komen ook uit het niets) bovendrijven en ontdekt zichzelf á la een Jelle Vanendert in de Tour dit jaar. De geboren keniaan offert zich zelf in de rode trui op voor zijn kopman Wiggins maar ontpopt zich daarna als een echte stabiele factor en ontstijgt het niveau van Wiggins. Als Froome zich volledig kon richten op zijn eigen klassement, zonder te werken voor Wiggins was niet Cobo maar hij de winnaar geweest van de Vuelta. Maarja dan heb je hem weer… als, als, als.
Als we dan toch even gaan rekenen, voor het gemak, dan wint Froome deze ronde van Spanje voor Cobo en Wiggins. Alle bonificatieseconden afgetrokken van de eindtijden komen we uit op het volgende klassement; 1.Froome 84h 59' 31'' 2.Cobo acebo á 19 seconden 3.Wiggins á 1’35 4. Mollema á 2’39. Een verschil van leven en dood dus. Maarja, ‘wat als’ bestaat niet!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten